Je bent werkzaam als HR-medewerker en hebt de opdracht gekregen om op zoek te gaan naar een nieuwe office manager. Vandaag start je met de sollicitatiegesprekken en de eerste sollicitant komt vrolijk en energiek binnen. Dit is een interessante kandidaat! Het feit dat deze sollicitant minder ervaring heeft, vind je ineens minder erg. Dit is het type dat zich wel redt. De tweede kandidaat is een beetje zenuwachtig en geeft een klam handje. Ondanks dat het profiel van deze sollicitant sterk overeenkomt met die van de eerste, is het gebrek aan ervaring nu wel een probleem. Is dit iemand die alle organisatorische zaken wel goed kan managen?

In dit geval heb je op basis van de eerste indruk of één enkele eigenschap conclusies getrokken over iemands persoonlijkheid. We spreken van het ‘halo-effect’ als één positief aspect resulteert in een positief totaalplaatje. De eerste kandidaat scoort meteen pluspunten door de energieke begroeting. Dit werkt direct door naar de verwachting dat dit iemand is die als office manager adequaat alle voorkomende zaken zal afhandelen. Bij één negatieve indruk resulteert het ‘horn effect’ in een negatief oordeel. Zelfs uiterlijk kan een effect hebben op hoe intelligent of betrouwbaar je iemand acht.