Je krijgt een flinke financiële meevaller: een onverwachts appeltje-voor-de-dorst. Je besluit om het te gaan beleggen: de economie zit in de lift en de beurs gaat in golfbewegingen langzaam maar zeker omhoog. In het gesprek met de adviseur van de bank passeren verschillende beleggingsscenario’s de revue. Met aandelen kun je toch veel meer rendement maken dan met obligaties. Plichtsgetrouw voldoend aan zijn bancaire zorgplicht wijst de adviseur er meerdere malen op dat de risico’s bij beursdalingen ook veel groter zijn. Je negeert simpelweg de mogelijkheid dat je de helft van het appeltje zou kunnen verliezen.

Deze negatieve informatie gaat het ene oor in en het andere oor uit. Dit is een voorbeeld van het ‘ostrich effect’. Je steekt als het ware je kop in het zand, net als zogenaamd een struisvogel (dit doen struisvogels overigens niet echt). Je doet alsof de risico’s niet bestaan. Dit vluchtgedrag is een evolutionair veiligheidsmechanisme, dat maakt dat we een moeilijke of bedreigende situatie vermijden (vluchtgedrag), in plaats van de confrontatie aangaan (vechtgedrag).