Het is zondagmorgen en je trekt de deur achter je dicht voor je wekelijkse hardlooprondje. Al snel kom je de eerste hardloper tegen. Geen idee wie het is, maar jullie groeten elkaar in het voorbijgaan. Hoe verder je komt, hoe vaker je sportievelingen tegenkomt: wielrenners, skaters en hardlopers. Je begroetingen beperk je tot de mede-hardlopers. Aan de andere sporters erger je je zelfs een beetje: die skaters hebben wel erg veel ruimte nodig; en die wielrenners schieten zonder vaart te minderen langs je heen.

Dat de hardlopers wel elkaar groeten, maar niet de andere sporters is een duidelijk voorbeeld van de ‘ingroup bias’. Bij andere mensen uit onze eigen groep – het maakt niet uit of het bekenden of vreemden zijn – hebben we automatisch een positiever gevoel. Op hetzelfde moment met dezelfde sport bezig zijn schept een band. Voor alle anderen, die geen deel uitmaken van “de groep”, is eerder sprake van antipathie.